Vorige onderwerp: TransactieverwerkingVolgende onderwerp: Toegangsrechten (Financieel beheer)


Terugboekingen

Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen:

Over terugboekingen

Grootboekrekeningen en terugboekingen instellen

Grootboekrekeningen

Terugboekingsregels

Werken met terugboekingen

Terugboekingen voor investeringen

Afdelingsfacturen

Herstelde kosten van afdeling

Over terugboekingen

Terugboekingen hebben betrekking op de overboekingen tussen rekeningen van afdelingen van de kosten voor investeringen of services. Via terugboekingen worden de gedeelde kosten van investeringen of services tijdens een opgegeven periode bij de afdelingen gedebiteerd of in rekening gebracht. Een terugboeking behoort tot het debetgedeelte van een boekhoudsysteem. Er wordt een overeenkomstige creditpost opgenomen voor afdelingen die de investering of de service leveren zodat het werk dat zij gedurende een opgegeven periode hebben uitgevoerd, wordt vergoed.

Voor het verwerken van de terugboekingstransacties moet u grootboekrekeningen opzetten en terugboekingsregels maken, zoals standaarddebetregels, kredietregels of overheadregels. Welke regels u maakt, hangt af van het type terugboeking dat u wilt implementeren.

Regels zorgen voor de verwerking van terugboekingen en kredieten en bepalen de gedeelde kosten voor investeringen en services. Een terugboekingsregel is een set met unieke eigenschappen die worden afgestemd op transacties bij het debiteren en crediteren van afdelingen. Terugboekingsregels bestaan uit:

De volgende debet- en kredietregels worden ondersteund:

Meer informatie:

Standaardregels

Kredietregels

Overheadregels

Grootboekrekeningen en terugboekingen instellen

Bij terugboekingen wordt ervan uitgegaan dat er in het systeem transacties bestaan voor de gekoppelde investeringen.

Stel het volgende in om te werken met terugboekingen en grootboekrekeningen:

Meer informatie:

Entiteiten

Fiscale perioden voor entiteiten

Grootboekrekeningen

Definieer grootboekrekeningen om toe te wijzen aan kostenplandetails. Als u later de planningsgegevens uit CA Clarity PPM overbrengt naar een extern boekhoudsysteem, kunt u de grootboekrekeningen gebruiken voor koppelingen. U kunt ook met XOG grootboekrekeningen in CA Clarity PPM importeren vanuit een extern boekhoudsysteem.

Raadpleeg de ontwikkelaarshandleiding van XML Open Gateway voor meer informatie.

Gebruik grootboekrekeningen om op tijd gebaseerde grootboektoekenningen te definiëren die in terugboekingen worden gebruikt.

Grootboekrekeningen zijn combinaties van hoofd- en subrekeningcodes die worden gebruikt voor het indelen van rekeningen. De hoofdrekening voor activa heeft bijvoorbeeld code 100 en de subrekeningen voor activa hebben code 111 voor Kapitaal en 112 voor Onkosten.

Meer informatie:

Grootboekrekeningen maken

Grootboekrekeningen bewerken

Grootboekrekeningen maken

Controleer of een entiteit bestaat, voordat u grootboekrekeningen maakt.

Volg de onderstaande stappen:

  1. Open Beheer en klik in Financiën op GB-rekeningen.

    De lijst met grootboekrekeningen verschijnt.

  2. Klik op Nieuw.

    De pagina Maken wordt weergegeven.

  3. Vul de volgende velden in:
    Id hoofdaccount

    Definieert het eerste gedeelte van het natuurlijke rekeningnummer.

    Id subaccount

    Definieert het tweede gedeelte van het natuurlijke rekeningnummer.

    Entiteit

    Definieert de entiteit die samenhangt met de grootboekrekening.

    Accountomschrijving

    Definieert de omschrijving van de account.

    Accountklasse

    Definieert de klasse voor de account.

    Waarden:

    • Saldoblad
    • Winst en verlies
    Accounttype

    Definieert het accounttype dat wordt gebruikt voor het classificeren van accounts.

    Waarden:

    • Activa
    • Aansprakelijkheid
    • Inkomen
    • Uitgave
    Is actief

    Geeft aan of deze account actief is en beschikbaar voor het toewijzen van kostenplannen.

    Overhead

    Geeft aan of deze rekening wordt gebruikt om kosten in rekening te brengen bij aangegeven afdelingen. Maak regels voor overhead als Overhead is ingeschakeld.

    Kapitaalkosten

    Geeft aan of deze rekening wordt gebruikt voor kapitaalkosten.

    Geen contante uitgave

    Geeft aan of deze rekening wordt gebruikt voor niet-contante uitgaven

  4. Klik op Opslaan.

Meer informatie:

Entiteiten

Grootboekrekeningen

Grootboekrekeningen bewerken

Grootboekrekeningen bewerken

U kunt een grootboekrekening verwijderen als daarnaar niet wordt verwezen door een kostenplan of een transactie.

Volg de onderstaande stappen:

  1. Open de grootboekrekening door te klikken op de koppeling Natuurlijke accountcode.

    De eigenschappen van de grootboekrekening worden weergegeven.

  2. Bewerk de volgende velden:
    Id hoofdaccount

    Definieert het eerste gedeelte van het natuurlijke rekeningnummer.

    Id subaccount

    Definieert het tweede gedeelte van het natuurlijke rekeningnummer.

    Entiteit

    Definieert de entiteit die samenhangt met de grootboekrekening.

    Accountomschrijving

    Definieert de omschrijving van de account.

    Accountklasse

    Definieert de klasse voor de account.

    Waarden:

    • Saldoblad
    • Winst en verlies
    Accounttype

    Definieert het accounttype dat wordt gebruikt voor het classificeren van accounts.

    Waarden:

    • Activa
    • Aansprakelijkheid
    • Inkomen
    • Uitgave
    Is actief

    Geeft aan of deze account actief is en beschikbaar voor het toewijzen van kostenplannen.

    Overhead

    Geeft aan of deze rekening wordt gebruikt om kosten in rekening te brengen bij aangegeven afdelingen. Maak regels voor overhead als Overhead is ingeschakeld.

    Kapitaalkosten

    Geeft aan of deze rekening wordt gebruikt voor kapitaalkosten.

    Geen contante uitgave

    Geeft aan of deze rekening wordt gebruikt voor niet-contante uitgaven

  3. Sla de wijzigingen op.

Meer informatie:

Grootboekrekeningen

Grootboekrekeningen maken

Terugboekingsregels

Terugboekingsregels bepalen welke grootboekrekeningen worden gedebiteerd en gecrediteerd voor de kosten die samenhangen met investeringen of services.

U kunt configureren dat de unieke Toekenningscode (voor standaardregels) en Kredietcode van resource (voor kredietregels), automatisch worden gevuld.

Zie de Ontwikkelaarshandleiding Studio voor meer informatie.

Meer informatie:

Standaardregels

Kredietregels

Overheadregels

Standaardregels

Een standaardregel kan algemeen worden toegepast op allerlei investeringen of services wanneer dezelfde terugboekingsregels kunnen worden gebruikt om kosten in rekening te brengen bij afdelingen.

Bij het instellen van terugboekingen kunnen investerings- of servicemanagers ervoor kiezen om standaardregels (ingesteld door een financieel manager) of investeringsregels (ingesteld door de investerings- of servicemanager) toe te passen.

Meer informatie:

Terugboekingsregels

Kopteksten maken voor standaard toekenningsregels

Eigenschappen van kopteksten voor standaardregels wijzigen

Kopteksten maken voor standaard toekenningsregels

Volg de onderstaande stappen:

  1. Open Beheer en klik bij Terugboekingen op Standaardregels.

    Er verschijnt een lijst met bestaande kopteksten voor standaardregels.

  2. Klik op Nieuw.

    De pagina Regel voor standaardtoekenning maken wordt weergegeven.

  3. Voer de volgende vereiste gegevens in:
    Toekenningscode

    Definieert de unieke code die wordt gebruikt om de terugboekregels (of standaard debetregels) te classificeren. Verplicht.

    Entiteit

    Definieert de entiteit die samenhangt met deze terugboekregel. Verplicht.

    Gebruikerwaarde 1, Gebruikerwaarde 2

    Aangepaste eigenschappen. Alleen als keuze beschikbaar als zoekopdrachtwaarden zijn gedefinieerd in Studio.

    Zie de Ontwikkelaarshandleiding Studio voor meer informatie.

    Kostencode

    Definieert de kostencode die is gekoppeld aan de terugboekingsregel.

    Invoertype

    Definieert het invoertype dat is gekoppeld aan de terugboekingsregel.

    Transactieklasse

    Definieert de transactieklasse die samenhangt met deze terugboekingsregel.

    Restant boeken op overhead

    Geeft aan of u resterende kosten wilt boeken op overhead. Als u deze optie selecteert, moet u terugboekingsregels definiëren.

    Standaard: uitgeschakeld

    Statuscode

    Geeft aan of de standaardregel beschikbaar is voor terugboekingen. Verplicht.

    Waarden:

    • Actief. De regel wordt altijd toegepast en kan op een transactie worden afgestemd tijdens het genereren van facturen.
    • Inactief. De regel wordt niet toegepast tijdens het genereren van facturen.
    • Niet actief. De regel kan worden toegepast en kan op een transactie worden afgestemd als geen actieve regel kan worden afgestemd.
  4. Sla de wijzigingen op en ga verder met het toevoegen van grootboekrekeningen en het toekenningspercentage voor het debiteren van rekeningen.

Meer informatie:

Eigenschappen van kopteksten voor standaardregels wijzigen

GB-toekenningen voor standaard- of kredietregels

Standaardregels

Eigenschappen van kopteksten voor standaardregels wijzigen

Als u een standaardregel wilt verwijderen, selecteert u de regel en klikt u op Verwijderen.

Volg de onderstaande stappen:

  1. Klik op de koppeling Toekenningscode voor de geselecteerde koptekst voor de standaardregel.

    De details van de eigenschappen voor de standaardregel worden weergegeven.

  2. Open het menu Eigenschappen en klik op Hoofd.

    De hoofdeigenschappen worden weergegeven.

  3. Bewerk de volgende eigenschappen:
    Toekenningscode

    Definieert de unieke code die wordt gebruikt om de terugboekregels (of standaard debetregels) te classificeren. Verplicht.

    Entiteit

    Definieert de entiteit die samenhangt met deze terugboekregel. Verplicht.

    Gebruikerwaarde 1, Gebruikerwaarde 2

    Aangepaste eigenschappen. Alleen als keuze beschikbaar als zoekopdrachtwaarden zijn gedefinieerd in Studio.

    Zie de Ontwikkelaarshandleiding Studio voor meer informatie.

    Kostencode

    Definieert de kostencode die is gekoppeld aan de terugboekingsregel.

    Invoertype

    Definieert het invoertype dat is gekoppeld aan de terugboekingsregel.

    Transactieklasse

    Definieert de transactieklasse die samenhangt met deze terugboekingsregel.

    Restant boeken op overhead

    Geeft aan of u resterende kosten wilt boeken op overhead. Als u deze optie selecteert, moet u terugboekingsregels definiëren.

    Standaard: uitgeschakeld

    Statuscode

    Geeft aan of de standaardregel beschikbaar is voor terugboekingen. Verplicht.

    Waarden:

    • Actief. De regel wordt altijd toegepast en kan op een transactie worden afgestemd tijdens het genereren van facturen.
    • Inactief. De regel wordt niet toegepast tijdens het genereren van facturen.
    • Niet actief. De regel kan worden toegepast en kan op een transactie worden afgestemd als geen actieve regel kan worden afgestemd.
  4. Sla de wijzigingen op.

Meer informatie:

Standaardregels

Kopteksten maken voor standaard toekenningsregels

Kredietregels

Kredietregels bepalen welke afdelingen worden gecrediteerd voor de kosten van geleverde investeringen of services. Afdelingen worden gekrediteerd op basis van de kenmerken van de resources die zijn toegewezen aan de geleverde investeringen of services. Dienovereenkomstig moeten de locatie en de afdeling die zijn toegewezen aan een resource overeenkomen met de locatie en de afdeling die zijn toegewezen aan de afdeling die het creditbedrag ontvangt.

Meer informatie:

Kopteksten voor kredietregels maken

Eigenschappen van kopteksten voor kredietregels bewerken

Terugboekingsregels

Kopteksten voor kredietregels maken

Volg de onderstaande stappen:

  1. Open Beheer en klik bij Terugboekingen op Kredietregels.

    Er verschijnt een lijst met bestaande regelkopteksten.

  2. Klik op Nieuw.

    De pagina Maken wordt weergegeven.

  3. Vul de volgende velden in:
    Kredietcode van resource

    Definieert de unieke code die wordt gebruikt om de kredietregel te classificeren.

    Statuscode

    Geeft aan of de kredietregel actief, inactief of niet actief (in de wacht) is.

    Entiteit

    Definieert de entiteit die samenhangt met de afdeling die het krediet ontvangt.

    Locatie

    Definieert de locatie die samenhangt met de afdeling die het krediet ontvangt.

    Afdeling

    Definieert de afdeling die het krediet ontvangt.

    Resourceklasse

    Definieert een resourceklasse die samenhangt met de kredietregel.

    Transactieklasse

    Definieert de transactieklasse die samenhangt met de kredietregel.

  4. Sla de wijzigingen op en ga verder met het toevoegen van grootboekrekeningen en het gecrediteerde toekenningspercentage.

Meer informatie:

Eigenschappen van kopteksten voor kredietregels bewerken

GB-toekenningen voor standaard- of kredietregels

Grootboekrekeningen toevoegen en toekenningen definiëren

Kredietregels

Terugboekingsregels

Eigenschappen van kopteksten voor kredietregels bewerken

Als u een kredietregel wilt verwijderen, selecteert u de regel en klikt u op Verwijderen.

Volg de onderstaande stappen:

  1. Klik op de koppeling Kredietcode van resource voor de geselecteerde koptekst voor de kredietregel.

    De details van de eigenschappen voor de kredietregel worden weergegeven.

  2. Open het menu Eigenschappen en klik op Hoofd.

    De hoofdeigenschappen worden weergegeven.

  3. Vul de volgende velden in:
    Kredietcode van resource

    Definieert de unieke code die wordt gebruikt om de kredietregel te classificeren.

    Statuscode

    Geeft aan of de kredietregel actief, inactief of niet actief (in de wacht) is.

    Entiteit

    Definieert de entiteit die samenhangt met de afdeling die het krediet ontvangt.

    Locatie

    Definieert de locatie die samenhangt met de afdeling die het krediet ontvangt.

    Afdeling

    Definieert de afdeling die het krediet ontvangt.

    Resourceklasse

    Definieert een resourceklasse die samenhangt met de kredietregel.

    Transactieklasse

    Definieert de transactieklasse die samenhangt met de kredietregel.

  4. Sla de wijzigingen op.

GB-toekenningen voor standaard- of kredietregels

GB-toekenningen geven aan welke grootboekrekeningen en afdelingen worden gedebiteerd (voor standaardregels) en gecrediteerd (voor kredietregels). GB-toekenningen geven ook de percentages aan van de kosten die in rekening worden gebracht of gecrediteerd.

Grootboekrekeningen toevoegen en toekenningen definiëren

Het toekenningspercentage voor een kredietregel voor een willekeurige periode moet altijd gelijk zijn aan 100 procent.

Volg de onderstaande stappen:

  1. Klik op de koppeling Toekenningscode voor standaardregels of op de koppeling Kredietcode van resource voor kredietregels om de eigenschappen van de geselecteerde regel te bewerken.

    De details van de eigenschappen voor de regel worden weergegeven.

  2. Voer een van de volgende handelingen uit:
    1. Klik op Nieuw om een rekening aan de regel toe te voegen en toekenningen te definiëren.
    2. Klik op de koppeling Grootboekrekening om de toekenningen te bewerken voor een rekening die al in de regel is opgenomen.

    De pagina met de regeldetails wordt weergegeven.

  3. Vul in het gedeelte Algemeen de volgende velden in:
    Grootboekrekening

    Definieert de grootboekrekening die samenhangt met de regel.

    Afdeling

    Definieert de afdeling die samenhangt met de regel. Voor kredietregels is dit de afdeling die het creditbedrag ontvangt. Voor standaardregels is het de afdeling waaraan de kosten worden doorberekend.

    Standaard verschijnt een lege rij met velden voor start- en einddatums en percentages.

  4. Geef een start- en een eindperiode op voor de regel.
  5. Geef het percentage op waarmee de afdeling in de opgegeven periode moet worden gedebiteerd of gecrediteerd.
  6. Klik op Nieuwe rij om meer periodes en percentages toe te voegen.
  7. Klik op Opslaan en terug als u klaar bent.

Meer informatie:

GB-toekenningen voor standaard- of kredietregels

Standaardregels

Kredietregels

Overheadregels

Wanneer in de standaard- of debetregels de resterende kosten worden doorberekend aan overhead, bepalen de overheadregels welke grootboekrekening worden gedebiteerd. Overheadregels kunnen slechts één set met grootboektoekenningen bevatten. Er is geen koptekstinformatie nodig.

Stel de volgende gegevens in om overheadkosten in rekening te brengen bij afdelingen:

Meer informatie:

Overheadregels maken

Toekenningen voor overheadregels bewerken

Standaardregels

Overheadregels maken

Toekenningen voor overheadregels bewerken

Terugboekingsregels

Overheadregels maken

Volg de onderstaande stappen:

  1. Open Beheer en klik bij Terugboekingen op Overheadregels.

    Er verschijnt een lijst met bestaande regels.

  2. Klik op Nieuw.

    De pagina Maken wordt weergegeven.

  3. Vul de volgende velden in:
    Entiteit

    Definieert de entiteit die samenhangt met de regel.

    Grootboekrekening

    Definieert de grootboekrekening die samenhangt met de regel.

    Afdeling

    Definieert de afdeling die samenhangt met de regel.

  4. Sla de wijzigingen op. Nadat de regel is opgeslagen, kunnen de eigenschappen niet meer worden gewijzigd.
  5. Definieer de details voor de overheadregel als volgt:
    1. Geef het percentage op dat voor de specifieke periode moet worden toegekend aan overhead.
    2. Klik op Nieuwe rij om meer periodes en percentages toe te voegen.
    3. Sla de wijzigingen op.

Meer informatie:

Eigenschappen van kopteksten voor standaardregels wijzigen

Toekenningen voor overheadregels bewerken

Toekenningen voor overheadregels bewerken

Als u een overheadregel wilt verwijderen, selecteert u de regel en klikt u op Verwijderen.

Volg de onderstaande stappen:

  1. Klik op de koppeling Grootboekrekening om de eigenschappen van de geselecteerde rekening te bewerken.

    De pagina met de regeldetails wordt weergegeven.

  2. Gebruik de datumselector in het veld Start of het veld Voltooien om een periode te selecteren.
  3. Geef het percentage op om de toekenning in te stellen voor de volledige grootboekrekening.
  4. Sla de wijzigingen op om meer periodes en percentages toe te voegen.
  5. Sla de wijzigingen op.

Resourcekredieten instellen

U moet beschikken over toegangsrechten voor Financieel onderhoud - Financieel beheer om resourcekredieten in te stellen die u naar de grootboekrekening wilt boeken.

De meeste IT-afdelingen boeken kredieten terug naar de groep waarvoor ze hebben gewerkt om onkosten en werk toe te kennen. Een resourcekrediet geeft aan welke afdeling, entiteit, locatie, transactieklasse of resourceklasse het creditbedrag ontvangt. Incidenten ondersteunen resourcekredieten.

GB-toekenningen verwijderen uit terugboekingsregels

U kunt GB-toekenningen verwijderen uit:

GB-toekenningen verwijderen uit standaard- of kredietregels

U kunt GB-toekenningen uitsluitend verwijderen als er in terugboekingen en kostenplannen niet naar deze GB-toekenningen wordt verwezen.

Volg de onderstaande stappen:

  1. Klik op de koppeling Toekenningscode of Kredietcode van resource voor kredietregels om de eigenschappen van de geselecteerde regel te bewerken.

    De details van de eigenschappen voor de regel worden weergegeven.

  2. Schakel het selectievakje in naast elke GB-toekenning die u uit de regel wilt verwijderen en klik op Verwijderen.

GB-toekenningen verwijderen uit overheadregels

Volg de onderstaande stappen:

  1. Klik op de koppeling Grootboekrekening om de eigenschappen van de geselecteerde overheadregel te bewerken.

    De pagina met de regeldetails wordt weergegeven.

  2. Schakel het selectievakje in naast elke periode die u uit de regel wilt verwijderen.
  3. Klik op Verwijderen.

Foutmeldingen en waarschuwingen bij terugboeken

Gebruik de pagina Berichten om Foutmeldingen en waarschuwingen bij terugboeken weer te geven en te controleren:

Als de fouten en waarschuwingen zijn gecorrigeerd, worden de berichten van deze pagina verwijderd. In de volgende tabel ziet u een aantal veelvoorkomende berichten en hun oplossingen:

Type

Bericht

Mogelijke oplossing

 

[Fout bij het vereffenen van debetkosten (te veel toegekend).]

 

 

[Fout bij het vereffenen van overheadkosten te veel toegekend).]

 

Waarschuwing

Geen terugboekingstype ingesteld voor investering.

Stel de terugboekingsopties in voor de investering.

Fout

Geen toekenningsdetails voor kredietregel in bereik van transactiedatum.

Definieer een GB-toekenning in de kredietregel voor de transactiedatum.

Fout

Geen toekenningsdetails voor debetregel in bereik van transactiedatum.

Definieer een GB-toekenning in de debetregel voor de transactiedatum.

Fout

Er is geen overeenkomende kredietregel gevonden.

Voer een van de volgende handelingen uit:

Als er geen kredietregel bestaat, maakt u een kredietregel. Neem contact op met de financieel manager.

Als er een kredietregel bestaat, vergelijkt u de criteria met de transactie en past u een regel aan om de transactie op af te stemmen of maakt u een regel. U kunt ook de transactie aanpassen aan de regel. Neem contact op met de financieel manager en de investeringsmanager.

Fout

Er is geen overeenkomende debetregel gevonden.

Voer een van de volgende handelingen uit:

Als er geen debetregel bestaat, maakt u een debetregel. Neem contact op met de investerings- of servicemanager.

Als er een debetregel bestaat, vergelijkt u de criteria met de transactie en past u een regel aan om de transactie op af te stemmen of maakt u een regel. U kunt ook de transactie aanpassen aan de regel. Neem contact op met de financieel manager en de investeringsmanager.

Fout

Er is geen overheadregel gevonden.

Voer een van de volgende handelingen uit:

Maak een overheadregel. Neem contact op met de financieel manager. Wis de optie in de debetregel om resterende kosten te boeken op overhead.

Fout

De geselecteerde combinatie van afdeling en locatie is ongeldig.

Controleer of de eigenschappen van de kredietregel een geldige combinatie van afdeling en locatie aangeven.

Waarschuwing

Kan volledige bedrag niet crediteren.

Geef de kredietregel weer en controleer of de GB-toekenning 100 procent is voor de opgegeven transactiedatum. Neem voor meer informatie contact op met de financieel manager.

Waarschuwing

WIU-transactie uitgavetype [Kapitaalkosten|Devaluatie] komt niet overeen met gefactureerde uitgavetype [Kapitaalkosten|Devaluatie].

Voer een van de volgende handelingen uit:

Stem het uitgavetype voor de WIU-transactie af op het gefactureerde uitgavetype van de investering. Neem contact op met de financieel manager.

Stem het gefactureerde uitgavetype van de investering af op het uitgavetype voor de WIU-transactie. Neem contact op met de investerings- of servicemanager.

Meer informatie:

GB-toekenningen voor standaard- of kredietregels

Kredietregels

Overheadregels

Fouten en waarschuwingen bij terugboekingen controleren

Volg de onderstaande stappen:

  1. Open Beheer en klik bij Terugboekingen op Berichten.

    Er verschijnt een lijst met fouten en waarschuwingen voor terugboekingen.

  2. Controleer de volgende gegevens:
    Investering

    Geeft de naam weer van de investering die in de transactie wordt gebruikt.

    Kostencode

    Geeft de kostencode weer die is gekoppeld aan de investering.

    Transactiedatum

    Geeft de transactiedatum weer.

    Uitgavetype

    Geeft het uitgavetype weer.

    Resource

    Geeft de resource weer die de kosten voor de investering heeft gemaakt.

    Toekenning

    Geeft de regel weer waarvoor de fout of de waarschuwing zich heeft voorgedaan.

    Toekenningstype

    Geeft aan of de regel een credit- of debetregel is.

    Toekenning subtype

    Geeft aan of de regel standaard is of gebaseerd op een investering.

    Batchdatum

    Geeft de datum weer waarop de taak Facturen genereren is uitgevoerd.

    Batch uitgevoerd door

    Geeft de gebruiker weer die de taak Facturen genereren heeft gestart.

    Niet actief

    Geeft aan dat het foutbericht niet actief is.

    Bericht

    Geeft de fout of de waarschuwing weer.

  3. Schakel het selectievakje naast elk incident in en voer een van de volgende handelingen uit:
  4. Corrigeer de fouten en waarschuwingen.

Meer informatie:

Foutmeldingen en waarschuwingen bij terugboeken

Werken met terugboekingen

Terugboekingen en kredieten worden aangestuurd door regels en verwerkt door WIU-transacties. Deze regels worden tijdens de verwerking van transacties gebruikt om kosten of kredieten correct toe te wijzen aan afdelingen. Afdelingsmanagers kunnen hun kosten en kredieten met behulp van de volgende functies weergeven:

De volgende regels voor terugboekingen worden ondersteund:

Als u debetregels instelt, kunt u als investerings- of servicemanager kosten op standaardregels of op investeringsgebonden regels baseren.

Meer informatie:

Afdelingsfacturen

Herstelde kosten van afdeling

Opties voor terugboekingen instellen

Regelkopteksten en op tijd gebaseerde GB-toekenningen

Debet- en creditregels bestaan uit een koptekst en een groep op tijd gebaseerde GB-toekenningen.

Regelkopteksten

Een koptekst bestaat uit een unieke beschrijving van de regel waarmee de regel tijdens de financiële verwerking wordt afgestemd op transacties. Hieronder volgen enkele voorbeelden:

Een debetregel DB-800 wordt beschreven met de kostencode Uitgaven en de transactiecode techSup. Een tweede debetregel DB-900 wordt beschreven met de kostencode Uitgaven en de transactiecode SysMaint.

De kredietregel CR-000 wordt beschreven als locatie 'Santa Clara' en resourceklasse 'ENG'. Een tweede kredietregel CR-111 wordt beschreven als locatie 'Bournemouth' en resourceklasse 'ENG'.

De GB-toekenningscode die wordt gebruikt om regels te maken en te identificeren, kan worden geconfigureerd voor automatisch invullen.

Zie de Ontwikkelaarshandleiding Studio voor meer informatie.

Op tijd gebaseerde GB-toekenningen

Debet- en creditregels bestaan uit een koptekst en een groep op tijd gebaseerde GB-toekenningen. Met op tijd gebaseerde toekenningen wordt bepaald hoeveel afdelingen gedurende een bepaalde periode voor kosten worden gedebiteerd of gecrediteerd. Regels voor terugboekingen zijn op het volgende gebaseerd:

Voorbeeld: Kosten delen

Retail Banking van Forward Inc gaf opdracht voor de ontwikkeling van een hypotheektoepassing. Deze systemen worden zowel door Retail Self Services als door Retail Premier Accounts gebruikt. Retail Banking gebruikt de terugboekingsfunctie om kosten toe te kennen die door IT zijn gemaakt voor dit ontwikkelingsproject.

Voor dit project was de kennis van toepassingsontwikkelaars, de analysekennis van technische medewerkers van Retail IT en de technische veiligheidskennis van Investment Banking IT nodig. Retail Banking IT stelde investeringsspecifieke debetregels en kredietregels in om de kosten door te berekenen aan de afdelingen die opdracht hadden gegeven voor de werkzaamheden en de afdelingen die de werkzaamheden hadden uitgevoerd, te crediteren.

Meerdere IT-afdelingen crediteren voor voltooid werk

De financiële manager van Retail IT stelde een kredietregel in om 100 procent krediet te verdelen over drie leveranciersafdelingen:

Retail Application Development voerde het grootste deel van het ontwikkelingswerk uit en wordt de eerste twee maanden 50 procent en de resterende twee maanden 80 procent gecrediteerd.

Retail Application Operation geeft advies aan het begin van het project en wordt de eerste drie maanden 25 procent en de resterende drie maanden 10 procent gecrediteerd.

Investment Banking IT verleent ook advies aan het begin van het project en wordt de eerste drie maanden 25 procent en de resterende drie maanden 10 procent gecrediteerd.

De illustratie laat zien hoe de kredietregel is ingesteld voor het toekennen van 100% krediet aan drie leveranciersafdelingen

Meerdere bedrijfsafdelingen debiteren voor opgedragen werk

De projectmanager van Retail IT stelde voor dit project een debetregel in waarmee per kwartaal 50 procent in rekening werd gebracht bij de afdeling Retail Self Service en 50 procent bij de afdeling Retail Premier Accounts.

De illustratie laat zien hoe bij twee afdelingen 50% in rekening wordt gebracht per kwartaal

Met de flexibele regels voor terugboekingen kan Forward Inc de kosten op de juiste manier in rekening brengen bij de afdelingen die gebruikmaken van de IT-services. Het stelt IT-afdelingen ook in staat te worden gecrediteerd voor de geleverde werkzaamheden.

Terugboekingen voor investeringen

Voor het beheren van terugboekingen voor investeringen moeten terugboekingsopties worden ingesteld. U kunt kiezen uit de volgende opties of types terugboekingen:

Met Uitgaven factureren wordt aangegeven hoe kosten worden geboekt. Uitgaven factureren wordt ook gebruikt voor het afstemmen op transacties om te bepalen of investeringskosten al dan niet worden gefactureerd. Stel bijvoorbeeld dat het beleid van uw bedrijf is dat alleen investeringen die als kapitaalkosten worden beschouwd, worden doorberekend. Stel verder dat u e-mailservers beheert. Bedrijven beschouwen servers en andere bedrijfskritieke hardware als afschrijfposten die anders worden behandeld tijdens het verwerken van transacties. Kapitaalkostentransacties die voor uw e-mailservers worden verwerkt, worden genegeerd en niet doorberekend.

Meer informatie:

Opties voor terugboekingen instellen

Investeringsspecifieke debetregels maken of bewerken

Opties voor terugboekingen instellen

Met opties voor terugboekingen wordt bepaald hoe en wanneer kosten tijdens het factureren worden gegenereerd. U moet opties voor terugboekingen instellen om de terugboekingen te verwerken.

Het type terugboeking bepaalt of tijdens de financiële verwerking een voor een investering gedefinieerde regel of een standaarddebetregel op de transacties wordt afgestemd.

Belangrijk! Selecteer een type terugboeking om facturen te genereren voor afgestemde transacties.

Volg de onderstaande stappen:

  1. Open een investering of service.

    De pagina met eigenschappen wordt weergegeven.

  2. Open het menu Terugboekingen en klik op Opties.

    De pagina met opties voor terugboekingen wordt weergegeven.

  3. Vul de volgende velden in:
    Type terugboeking

    Definieert het type terugboeking voor de investering of de service.

    Waarden:

    • Standaard
    • Investering
    Uitgaventype van factuur

    Geeft aan hoe kosten worden verantwoord en of ze worden meegenomen voor facturering bij het verwerken van de transacties

    Waarden:

    • Kapitaalkosten. Kosten worden meegenomen voor factureren.
    • Devaluatie. Kosten worden niet meegenomen voor factureren.
  4. Sla de wijzigingen op.

Meer informatie:

Terugboekingen voor investeringen

Investeringsspecifieke debetregels maken of bewerken

Eigenschappen van debetregel bewerken

Investeringsspecifieke debetregels maken of bewerken

De eigenschappen van de debetregel vormen een unieke beschrijving van een regel en worden tijdens de financiële verwerking gebruikt om transacties af te stemmen. Er moet een overheadregel bestaan om resterende kosten naar de volledige GB-rekening te kunnen boeken.

Als een regel niet is gebruikt voor het verwerken van transacties, kunt u een debetregel verwijderen.

Volg de onderstaande stappen:

  1. Open een investering of service.

    De pagina met eigenschappen wordt weergegeven.

  2. Open het menu Terugboekingen en klik op Debetregels.

    De pagina met debetregels voor terugboekingen wordt weergegeven.

  3. Klik op Nieuw.

    De pagina Maken wordt weergegeven.

  4. Vul de volgende velden in:
    Toekenningscode

    Definieert de unieke code die wordt gebruikt om de debetregel voor deze investering te classificeren.

    Kostencode

    Definieert de kostencode die is gekoppeld aan de debetregel.

    Gebruikerwaarde 1 en Gebruikerwaarde 2

    Definieert de aangepaste eigenschappen die samenhangen met de debetregel. U kunt alleen aangepaste kenmerken selecteren als zoekopdrachtwaarden zijn gedefinieerd in Studio.

    Zie de Ontwikkelaarshandleiding Studio voor meer informatie.

    Code invoertype

    Definieert het invoertype dat is gekoppeld aan de debetregel.

    Transactieklasse

    Definieert de transactieklasse die samenhangt met deze debetregel.

    Statuscode

    Geeft aan of de debetregel beschikbaar is voor terugboekingen.

    Waarden:

    • Actief. De regel wordt altijd toegepast en kan tijdens het genereren van facturen op een transactie worden afgestemd.
    • Inactief. Geeft aan dat de regel niet wordt toegepast tijdens het genereren van facturen.
    • Niet actief. De regel kan worden toegepast en kan op een transactie worden afgestemd als geen actieve regel kan worden afgestemd.
    Restant boeken op overhead

    Geeft aan of u de resterende kosten als overheadkosten wilt boeken. Schakel dit selectievakje in als u de resterende kosten als overheadkosten wilt boeken.

  5. Sla de wijzigingen op en voeg de combinaties van GB-rekeningen en afdelingen toe waarbij kosten in rekening worden gebracht.

Meer informatie:

Terugboekingen voor investeringen

Opties voor terugboekingen instellen

Eigenschappen van debetregel bewerken

Eigenschappen van debetregel bewerken

Volg de onderstaande stappen:

  1. Open de investering of service.

    De pagina met eigenschappen wordt weergegeven.

  2. Open het menu Terugboekingen en klik op Debetregels.

    De pagina met debetregels wordt weergegeven.

  3. Klik op het pictogram Eigenschappen voor een debetregel.

    De pagina Eigenschappen van GB-toekenning: Hoofd wordt weergegeven.

  4. Indien noodzakelijk bewerkt u de volgende eigenschappen:
    Toekenningscode

    Definieert de unieke code die wordt gebruikt om de debetregel voor deze investering te classificeren.

    Kostencode

    Definieert de kostencode die is gekoppeld aan de debetregel.

    Gebruikerwaarde 1 en Gebruikerwaarde 2

    Definieert de aangepaste eigenschappen die samenhangen met de debetregel. U kunt alleen aangepaste kenmerken selecteren als zoekopdrachtwaarden zijn gedefinieerd in Studio.

    Code invoertype

    Definieert het invoertype dat is gekoppeld aan de debetregel.

    Transactieklasse

    Definieert de transactieklasse die samenhangt met deze debetregel.

    Statuscode

    Geeft aan of de debetregel beschikbaar is voor terugboekingen.

    Waarden:

    • Actief. De regel wordt altijd toegepast en kan tijdens het genereren van facturen op een transactie worden afgestemd.
    • Inactief. Geeft aan dat de regel niet wordt toegepast tijdens het genereren van facturen.

      Niet actief. De regel kan worden toegepast en kan op een transactie worden afgestemd als geen actieve regel kan worden afgestemd.

    Restant boeken op overhead

    Geeft aan of u de resterende kosten als overheadkosten wilt boeken. Schakel dit selectievakje in als u de resterende kosten als overheadkosten wilt boeken.

  5. Sla de wijzigingen op.

Meer informatie:

Opties voor terugboekingen instellen

Investeringsspecifieke debetregels maken of bewerken

GB-toekenningen

Zodra er debetregels zijn gemaakt, kunt u de GB-toekenningen definiëren waarmee wordt bepaald hoe de kosten in rekening worden gebracht bij de consumentenafdelingen. Een GB-toekenning is samengesteld uit een volledige grootboekrekening en een set toekenningsregels. De regels geven het percentage weer van de toegekende kosten voor een opgegeven periode. Een volledige GB-rekening is een combinatie van de echte GB-rekening en de afdeling.

Voor elke GB-toekenning kunt u percentages van debetposten gelijk over alle fiscale perioden verdelen of kunt u verschillende percentages opgeven voor elke periode. Als de fiscale tijdsperiode van uw bedrijf bijvoorbeeld per kwartaal is, kunt u een toekenning van 100 procent opgeven voor het eerste kwartaal. Vervolgens geeft u een toekenning van 50 procent op voor de resterende kwartalen. De resterende kosten voor de laatste drie kwartalen kunnen in rekening worden gebracht bij een andere afdeling of naar overhead worden geboekt.

GB-toekenningen maken of bewerken

U kunt GB-toekenningen uit debetregels verwijderen als er in financiële plannen of terugboekingen niet naar deze GB-toekenningen wordt verwezen.

Volg de onderstaande stappen:

  1. Open de investering of service.

    De pagina met eigenschappen wordt weergegeven.

  2. Open het menu Terugboekingen en klik op Debetregels.

    De pagina Terugboekingen: Debetregels wordt weergegeven.

  3. Klik op de koppeling GB-toekenningscode om de regeldetails te openen.

    De pagina GB-toekenningsdetaillijst wordt weergegeven.

  4. Voer een van de volgende handelingen uit:
  5. In het gedeelte Algemeen:
    1. Selecteer of wijzig de GB-rekening.
    2. Selecteer of wijzig een bijbehorende afdeling.
  6. Gebruik de datumselector in het veld Start of het veld Voltooien om een periode te selecteren.

    Met het type fiscale periode voor de entiteit worden de perioden bepaald die beschikbaar zijn voor selectie.

  7. Geef het percentage kosten op dat wordt toegekend aan de combinatie van grootboekrekening en afdeling.
  8. Sla de gegevens op om door te gaan met het toevoegen van toekenningen voor andere perioden.
  9. Sla de wijzigingen op.

Kosten voor transacties terugdraaien

U kunt transacties weergeven die voor uw investeringen of services zijn verwerkt om te controleren of deze correct zijn geboekt. Als u fouten ontdekt die moeten worden teruggedraaid, kunt u de boekingen terugdraaien voor geselecteerde transacties of voor alle vermelde transacties.

Wanneer u de boeking terugdraait, wordt de toegekende boeking verwijderd uit de facturen voor de afdeling. De posten verschijnen niet wanneer de facturen de volgende keer worden gegenereerd of wanneer de afdelingsmanager handmatig een factuur opnieuw genereert. Als de factuur is vergrendeld of goedgekeurd wanneer u de kosten terugdraait, wordt deze wijziging weergegeven in toekomstige facturen.

Volg de onderstaande stappen:

  1. Open de investering of service.

    De pagina met eigenschappen wordt weergegeven.

  2. Open het menu Terugboekingen en klik op Transacties.

    De pagina met transacties voor terugboekingen wordt weergegeven.

  3. Selecteer in het filtergedeelte de fiscale periode waarvoor u kosten wilt weergeven of terugdraaien voor transacties en klik op Filter.
  4. Controleer de transacties.
  5. Ga op een van de volgende manieren te werk als transacties onjuist zijn en moeten worden teruggedraaid:

    Bij de geselecteerde transacties wordt aangegeven dat de kosten zijn teruggedraaid.

Afdelingsfacturen

Elke afdeling waarbij de kosten van de geleverde investeringen en services in rekening worden gebracht, ontvangt een factuur voor elke periode. U kunt facturen regelmatig weergeven om kosten te controleren, correcties aan te brengen, facturen goed te keuren of af te wijzen en facturen handmatig opnieuw te genereren.

De investerings- of servicemanager stelt debetregels op die de afdelingen aangeven waarmee de kosten worden verrekend. De regels geven ook het percentage van de kosten aan die worden gedebiteerd.

Meer informatie:

Investeringsspecifieke debetregels maken of bewerken

Instellingen voor facturen opgeven

Het goedkeuren van facturen

Afdelingsfacturen weergeven

Instellingen voor facturen opgeven

Stel de volgende gegevens in om een factuur te ontvangen, te verzenden, goed te keuren of af te wijzen:

Meer informatie:

Terugboekingen voor investeringen

Het goedkeuren van facturen

Meestal werken de financieel manager en de afdelingsmanager samen om facturen goed te keuren. De financieel manager dient facturen ter goedkeuring in en de afdelingsmanager keurt facturen goed of wijst facturen af. De toegangsrechten tot afdelingsfacturen bepalen welke gebruikers factuurtaken kunnen uitvoeren.

Gebruik het beleid en de beproefde methoden van uw bedrijf om aan te geven wie de verantwoordelijkheid heeft voor facturen en voor het bepalen van de sluitingsperioden voor het indienen en goedkeuren van facturen. Het goedkeuringsproces wordt hieronder beschreven:

  1. De factuur wordt gegenereerd wanneer u de taak Factuur genereren uitvoert. Deze taak kan volgens planning regelmatig worden uitgevoerd. Als de job is voltooid, is de factuur beschikbaar met de status Pro-forma. De factuur is open voor aanvullende transacties en voor controle. De financieel manager kan facturen indien nodig handmatig opnieuw genereren om tussen geplande sessies voor het genereren van facturen nieuw toegevoegde transacties of wijzigingen vast te leggen.
  2. Uw financieel manager dient de factuur ter goedkeuring in. De status wordt gewijzigd in 'Verzonden' en de factuur wordt vergrendeld. Er kunnen geen transacties meer worden toegevoegd. Als tijdens deze periode extra transacties worden verwerkt, worden deze transacties aan de factuur van de volgende periode toegevoegd.
  3. De afdelingsmanager kan de factuur goedkeuren of afwijzen.

Gedelegeerde goedkeuring van facturen

De gedelegeerde goedkeuring van facturen stelt onderafdelingen in staat hun eigen facturen weer te geven en goed te keuren. De gedelegeerde goedkeuring van facturen wordt bepaald bij het instellen van afdelingen.

Als subafdelingen beschikken over het recht voor gedelegeerde goedkeuring van facturen, worden de facturen gegenereerd voor elke subafdeling en de bovenliggende afdeling. Deze situatie is van toepassing als er debetregels bestaan en transacties daarvoor worden geboekt. De kosten van subafdelingen worden niet samengevoegd voor de hoofdafdeling.

Als de subafdelingen niet over gedelegeerde goedkeuring van facturen beschikken, worden kosten die ten laste van deze subafdelingen worden geboekt, samengevoegd in de factuur van de hoofdafdeling.

Hoofdafdelingen moeten over gedelegeerde goedkeuring van facturen beschikken om deze goedkeuring van facturen aan hun subafdelingen te delegeren. Als de bovenliggende hoofdafdeling geen gedelegeerde goedkeuring van facturen instelt, kunnen de subafdelingen geen facturen weergeven of goedkeuren. Alle kosten worden samengevoegd voor de hoofdafdeling.

Bekijk de volgende organisatiestructuur en de gevolgen van gedelegeerde goedkeuring van facturen voor elke afdeling:

Voorbeeld organisatiestructuur

De bedrijfseenheid Retail Banking

Delegeert de goedkeuring van facturen naar de twee subafdelingen, de afdeling Self-service Banking en de afdeling Premier Customer Accounts. Er wordt een factuur voor de afdeling Retail Banking gegenereerd wanneer transacties ten laste van de afdeling worden geboekt.

De afdeling Self-service Banking

Delegeert de goedkeuring van facturen niet naar de twee subafdelingen, Marketing en Klantenservice. Er wordt een factuur voor de afdeling Self-service Banking gegenereerd wanneer transacties ten laste van de afdeling worden geboekt. Kosten die ten laste van de afdelingen Marketing en Klantenservice worden geboekt, worden samengevoegd in de factuur voor de afdeling Self-service Banking. De afdeling Self-service Marketing en Klantenservice ontvangen geen facturen.

De afdeling voor Premier Customer Accounts

Delegeert de goedkeuring van facturen naar de twee subafdelingen, Marketing en Klantenservice. Er wordt een factuur voor de afdeling Premier Customer Accounts gegenereerd wanneer transacties ten laste van de afdeling worden geboekt. De afdelingen Premier Accounts Marketing en Premier Accounts Customer Service ontvangen ook een eigen factuur wanneer transacties ten laste van hun afdeling worden geboekt.

Factuurtotalen

Elk regelitem in een factuur bevat de totale kosten van de investering of service op het hoogste niveau van een hiërarchie. U kunt ook inzoomen en de gedetailleerde kosten op het hoogste niveau en de onderliggende investeringen weergeven die betrokken zijn bij de transacties tijdens de factuurperiode.

Raadpleeg de volgende documenten voor meer informatie over het werken met kosten in investerings- of servicehierarchieën:

Voorbeeld: Onderliggende kosten op het hoogste niveau

De afdeling Selfservice retailbankieren van Forward Inc beheert het product Selfservice Bankieren. Dit product bevindt zich op het hoogste niveau met verschillende andere onderliggende investeringen, zoals het OPB-systeem (Online Bill Presentment) en de technische ondersteuning. Als afdelingsmanagers facturen weergeven, zien zij alleen de totale kosten op het hoogste niveau. Het bedrag van $4.190,00 voor Self-service Banking geeft bijvoorbeeld de totale kosten aan van alle investeringen in de hiërarchie die tijdens de factuurperiode bij een transactie waren betrokken.

Afdelingsmanagers kunnen detailkosten van elke investering in de hiërarchie weergeven door op het bedrag of het totaalbedrag te klikken.

Factuuraanpassingen

Het is mogelijk dat u kosten aantreft die onjuist zijn en waarvoor bepaalde aanpassingen of terugdraaiingen nodig zijn. Als dit het geval is, kunt u de factuur afwijzen en een aanpassing aanvragen. Hieronder vindt u enkele voorbeelden van aanpassingen die u kunt aanvragen:

Aanpassingen of terugdraaiingen in transacties of debetregels leiden tot correcties voor andere afdelingen die zijn betrokken bij de kosten van de investering. Als uw toekenningspercentage bijvoorbeeld met 5% afneemt, hebben deze extra kosten gevolgen voor andere afdelingen. Als de totale kosten voor één transactie afnemen, ontvangen alle afdelingen die betrokken zijn bij de kosten, een wijziging van de kosten.

Aanpassingen of terugdraaiingen die zijn uitgevoerd op vergrendelde of goedgekeurde facturen, worden aangegeven in de volgende niet-vergrendelde factuur of toekomstige factuur.

Afdelingsfacturen weergeven

Afdelingsmanagers kunnen een lijst met facturen weergeven die worden gegenereerd voor hun afdeling. Financieel managers kunnen alle gegenereerde facturen weergeven, daarop inzoomen om details en transactiegegevens weer te geven.

Afdelingsmanagers kunnen hun facturen weergeven op pagina's met afdelingsfacturen.

Volg de onderstaande stappen:

Een afdelingsfactuur weergeven:

  1. Open de startpagina en klik bij Organisatie op Afdelingen.

    De pagina wordt weergegeven.

  2. Open de afdeling en klik op Facturen.

    Er verschijnt een lijst met facturen voor uw afdeling. De status en het bedrag van de factuur worden weergegeven.

  3. Klik op een factuurnummer om de factuurdetails weer te geven.

Financieel managers kunnen alle aan terugboekingen gerelateerde facturen weergeven op factuurpagina's in financieel beheer.

Volg de onderstaande stappen:

Alle facturen weergeven.

  1. Open de startpagina en klik in Financieel management op Facturen.

    De pagina wordt weergegeven. De status en het bedrag van de factuur worden weergegeven.

  2. Klik op een factuurnummer om de factuurdetails weer te geven.

Factuurdetails weergeven

De factuurdetails, aanpassingen in de voorgaande periode en het factuurbedrag worden weergegeven. U kunt facturen ook goed- of afkeuren al naar gelang hun status.

Volg de onderstaande stappen:

  1. Klik op de koppeling Factuurnummer om de factuur te openen.

    De pagina met eigenschappen wordt weergegeven.

  2. De volgende informatie wordt weergegeven:
    Investering

    Geeft de investering weer waarop de kosten zijn gebaseerd.

    Huidig bedrag

    Geeft de kosten weer voor de opgegeven periode. Klik op deze koppeling om transactiedetails weer te geven.

    Bijstelling voorgaande periode

    Geeft het bedrag van een aanpassing weer die tijdens een voorgaande periode is uitgevoerd. Als de waarde nul is, zijn er geen aanpassingen aangebracht in voorgaande perioden. Klik op deze koppeling om aanpassingsdetails weer te geven.

    Totaalbedrag

    Geeft het totaalbedrag weer van de kosten min de aanpassingen voor de opgegeven periode. Klik op deze koppeling om transactiedetails weer te geven.

    Abonnement

    Geeft aan of u zich op een service hebt geabonneerd. Als u zich hebt geabonneerd op een service, wordt een vinkje weergegeven.

  3. Voer een van de volgende handelingen uit:

    Belangrijke informatie is onder meer:

    Type

    Geeft aan of een transactie onderhanden werk of een aanpassing is.

    Bedrag

    Geeft het bedrag van de transactie weer.

    Percentage

    Het percentage dat in rekening wordt gebracht bij een service.

    Voorbeeld: 100 procent geeft aan dat één service van de investering gebruikmaakt en 50 procent betekent dat de investering wordt gedeeld door twee services.

    Geschaald bedrag

    Geeft het geschaalde bedrag weer op basis van het percentage dat voor de service in rekening wordt gebracht.

  4. Als de factuur nog niet is goedgekeurd, kunt u afhankelijk van uw toegangsrechten het volgende doen vanuit de factuureigenschappen:

Afdelingsfacturen verzenden

Meestal dient uw financieel manager facturen ter goedkeuring in. Verzonden facturen worden automatisch vergrendeld en krijgen de status 'Verzonden'. Ingediende facturen kunnen worden ingetrokken, goedgekeurd of afgewezen.

Volg de onderstaande stappen:

  1. Open de factuur door op de koppeling Factuurnummer te klikken.
  2. Sla de wijzigingen op.

Meer informatie:

Afdelingsfacturen weergeven

Afdelingsfacturen vergrendelen en ontgrendelen

Meestal worden facturen door uw financieel manager vergrendeld en ontgrendeld.

Gebruik de pagina met afdelingsfactuuritems om facturen te vergrendelen en te ontgrendelen.

Als een factuur wordt verzonden, wordt de factuur automatisch vergrendeld. Als een factuur is vergrendeld, kunnen geen transacties aan de factuur worden toegevoegd. Als u over de rechten beschikt voor het verzenden van facturen, kun u de factuur tijdelijk ontgrendelen en opnieuw genereren met de meest recente wijzigingen.

Volg de onderstaande stappen:

  1. Open de factuur door op de koppeling Factuurnummer te klikken.
  2. Voer een van de volgende handelingen uit:

Meer informatie:

Afdelingsfacturen weergeven

Afdelingsfacturen goedkeuren of afwijzen

Meestal worden facturen door de afdelingsmanager goedgekeurd of afgewezen.

Als een factuur is goedgekeurd, kunt u de factuur niet intrekken of andere handelingen uitvoeren op de factuur. Aanpassingen of terugdraaiingen die na goedkeuring op de factuur worden uitgevoerd, worden toegevoegd in de volgende niet-vergrendelde factuur of toekomstige factuur.

Als een factuur is afgewezen, kunnen WIU-aanpassingen of wijzigingen in debetregels worden aangebracht om de kosten te corrigeren. Neem contact op met uw financieel manager voor ondersteuning bij WIU-aanpassingen.

Volg de onderstaande stappen:

  1. Open de factuur door op de koppeling Factuurnummer te klikken.
  2. Klik op de koppeling Factuurnummer om de factuurdetails weer te geven.
  3. Voer een van de volgende handelingen uit:

Meer informatie:

WIU-aanpassingen

Afdelingsfacturen weergeven

Afdelingsfacturen opnieuw genereren

Facturen worden voortdurend bijgewerkt tijdens de geplande uitvoeringen van de taak Factuur genereren. U kunt een factuur tussen de geplande uitvoeringen echter bijwerken en recentelijk toegevoegde transacties weergeven.

Als een herberekening gevolgen heeft voor meerdere facturen en alle betreffende facturen worden ontgrendeld, wordt de factuur bijgewerkt. Herberekeningen worden genegeerd als een van de facturen waarvoor de wijziging gevolgen heeft, is vergrendeld. Als een herberekening niet mogelijk is, wordt dit in een bericht aangegeven.

Volg de onderstaande stappen:

  1. Open de factuur door op de koppeling Factuurnummer te klikken.
  2. Klik op Opnieuw genereren.

    Tijdens het opnieuw genereren wordt een voortgangsbalk weergegeven. Als het opnieuw genereren is voltooid, wordt de herberekende factuur weergegeven.

  3. Klik op de koppeling Huidig bedrag of Totaalbedrag om transactiedetails weer te geven en de effecten van de wijzigingen op de factuur te bekijken.

Meer informatie:

Afdelingsfacturen weergeven

Afdelingsfacturen intrekken

U kunt de status van een factuur weer wijzigen in 'Ingediend' door de factuur in te trekken.

Volg de onderstaande stappen:

  1. Open de factuur door op de koppeling Factuurnummer te klikken.
  2. Klik op Intrekken.

    De status van de factuur wordt gewijzigd in 'Ingetrokken'.

Meer informatie:

Afdelingsfacturen weergeven

Herstelde kosten van afdeling

Een herstelstaat geeft voor afdelingen aan hoeveel van de gemaakte kosten kunnen worden hersteld op basis van de afdelingen die gebruik hebben gemaakt van geleverde services. Een herstelstaat lijkt op een winst- en verliesrekening van een bedrijf, maar heeft betrekking op afdelingen.

Gemaakte kosten worden in rekening gebracht aan de afdelingen die services ontvangen. Afdelingsmanagers kunnen de kosten op de facturen weergeven.

Alleen afdelingen die de services aanbieden, kunnen herstelstaten van de afdeling weergeven. Het volgende moet zijn ingesteld:

Herstelstaten worden tegelijk met facturen gegenereerd tijdens geplande uitvoeringen van de taak Factuur genereren.

Meer informatie:

Afdelingsfacturen

Terugboekingen voor investeringen

Voorbeeld: IT-afdelingen zijn geen kostencentra meer

Samenvattingen van herstelstaten weergeven

Details van een herstelstaat weergeven

Voorbeeld: IT-afdelingen zijn geen kostencentra meer

Forward Inc biedt het bedrijf een uitgebreide reeks ondersteunende IT-services aan met inbegrip van ondersteuning voor e-mail, desktop-pc's en netwerken. De services zijn van groot belang voor elke bedrijfseenheid om hun activiteiten te onderhouden. Deze services worden bij elk van deze afdelingen in rekening gebracht. Elke afdeling die services levert, ontvangt krediet voor uitgevoerde werkzaamheden.

Kosten met goedgekeurde facturen in rekening gebracht bij afdelingen die gebruikmaken van services

Afdelingsfacturen worden per kwartaal gegenereerd, gecontroleerd en goedgekeurd door de afdelingen die gebruikmaken van de services. Human Resources van het bedrijf heeft zich op verschillende IT-services geabonneerd en is overeengekomen de kosten van een deel van deze services te accepteren. De afdeling Human Resources heeft een factuur van in totaal USD 7400 goedgekeurd.

In rekening gebrachte kosten worden omgezet in tegoed voor afdelingen die services leveren

De afdeling IT Delivery Services ontvangt een krediet voor geleverde services. De afdelingsmanager kan gemaakte kosten en kredieten bekijken door de herstelstaat van de afdeling weer te geven. In deze herstelstaat wordt weergegeven dat bepaalde kosten zijn goedgekeurd en dat de herstelde kosten van de afdeling tot nu toe USD 7400 bedragen. Andere afdelingsmanagers moeten hun kosten nog goedkeuren. De kosten worden weergegeven als herstelvariantie.

Samenvattingen van herstelstaten weergeven

Op een herstelstaat kunt u een samenvatting weergeven van alle gemaakte kosten, herstelde kosten en kredieten gesorteerd op uw services.

Volg de onderstaande stappen:

  1. Open de startpagina en klik bij Organisatie op Afdelingen.

    De pagina wordt weergegeven.

  2. Klik op de koppeling van een afdeling om de afdeling te openen.

    De pagina met eigenschappen wordt weergegeven.

  3. Klik op Herstelstaat.

    De afdeling voor de herstelstaat wordt weergegeven.

  4. Filter indien gewenst op herstelgegevens.

    Er verschijnt een lijst met investeringen die eigendom zijn van de afdeling.

  5. Controleer de volgende gegevens:
    Investering

    Geeft de naam van de investering weer die eigendom is van deze afdeling en die als service wordt aangeboden aan andere afdelingen.

    Type

    Geeft aan of de investering een service of een ander type investering betreft.

    Opgelopen kosten

    Geeft de totale kosten weer die tot nu toe voor deze investering zijn gemaakt en in rekening zijn gebracht bij andere afdelingen. Klik op deze waarde om in te zoomen en transactiedetails weer te geven.

    Herstelde kosten

    De totale kosten die tot nu toe zijn goedgekeurd door afdelingen waarbij deze investering in rekening is gebracht. Dit bedrag geeft de totale kosten weer tot nu toe door deze afdeling zijn hersteld. Klik op deze waarde om gespecificeerde transactiedetails weer te geven.

    Herstelvariantie

    Het verschil tot nu toe tussen de gemaakte kosten en de herstelde kosten. Dit bedrag geeft het totale bedrag aan dat deze afdeling verwacht te herstellen.

    Kredieten

    Geeft de totale mogelijke kredieten weer die deze afdeling kan ontvangen. Klik op deze waarde om in te zoomen en transactiedetails weer te geven.

    Kredietvariantie

    Het verschil tot nu toe tussen de herstelde kosten en kredieten.

Details van een herstelstaat weergeven

 U kunt de details van herstelstaten weergeven om transactiedetails te bekijken.

Volg de onderstaande stappen:

  1. Klik terwijl de afdeling is geopend, op Herstelstaat.

    Er verschijnt een lijst met investeringen.

  2. Klik op een van de volgende koppeling om transactiedetails weer te geven.

    Er wordt een lijst met verwerkte transacties weergegeven die betrekking hebben op deze herstelstaat.

  3. Schakel het selectievakje Subafdelingen opnemen in om transacties van subafdelingen weer te geven. Dit selectievakje is niet actief als er geen subafdelingen bestaan.
  4. De volgende informatie wordt weergegeven:
    Investering

    Geeft de naam weer van de investering waarvoor kosten zijn gemaakt.

    Afdeling

    Geeft de naam weer van de afdeling waardoor kosten in rekening zijn gebracht.

    Transactiedatum

    Geeft de datum van de transactie weer.

    Bedrag

    Geeft de totale gemaakte kosten weer.

    Percentage

    Geeft de GB-toekenning die door uw financieel manager in de kredietregel is gedefinieerd.

    Geschaald bedrag

    Geeft het geschaalde bedrag weer op basis van het GB-toekenningspercentage.