Dit gedeelte bevat de volgende onderwerpen:
Over details financiële planning
Een gedetailleerde financiële planning instellen
Kostenplannen en budgetweergaven weergeven
Over het kopiëren van financiële plannen
Voorbeeld: Gegevens uit een financieel plan kopiëren
Met een gedetailleerde financiële planning kunt u met behulp van kostplannen schatten hoeveel financiering nodig is voor uw investeringen. U kunt deze financiering laten goedkeuren met behulp van budgetplannen. Als onderdeel van het goedkeuringsproces kunt u de kostenplannen koppelen aan opbrengstenplannen om de opbrengsten van de investeringen te schatten.
De volgende gegevens moeten zijn ingesteld voor het opstellen van financiële plannen:
Raadpleeg de Gebruikershandleiding Projectmanagement voor meer informatie.
Raadpleeg de Gebruikershandleiding Projectmanagement voor meer informatie.
De volgende detailweergaven zijn beschikbaar voor een kostenplan of budget:
De wisselkoers die wordt gebruikt in de factureringsberekeningen is afhankelijk van de volgende factoren:
De volgende factureringsberekeningen worden geactiveerd wanneer de kosten of de opbrengsten van het financiële plan veranderen voor een bepaalde rij:
Een wijziging in de wisselkoersen of de factureringsvaluta activeert niet de herberekening van de factureringsbedragen.
Volg de onderstaande stappen:
De pagina met plannen wordt weergegeven.
Kostenplannen zijn een alternatief voor financiële overzichten als u een gedetailleerd plan wilt maken dat meer beslaat dan één fiscale periode. U kunt geplande kosten, werkelijke kosten en varianties volgen gedurende de looptijd van een investering. Bovendien kunt u gegevens opdelen met behulp van verschillende kenmerken voor groeperen of criteria. U kunt een geheel nieuw kostenplan opstellen of het automatisch laten vullen en het vervolgens als investeringsbudget ter goedkeuring indienen.
Met CA Clarity PPM-kostenplanning kunt u het financiële planningsproces van uw organisatie vereenvoudigen en standaardinstellingen opleggen.
Een kostenplan bestaat uit de volgende onderdelen:
U kunt een kostenplan configureren om de volgende opbrengstenvelden weer te geven. De velden zijn niet standaard beschikbaar. Er kunnen alleen waarden in deze velden worden weergegeven als er geboekte transacties bestaan.
Zie de Ontwikkelaarshandleiding Studio voor meer informatie.
Geeft de getotaliseerde werkelijke eenheid weer voor een bepaalde fiscale periode.
Geeft de getotaliseerde werkelijke kosten weer voor een bepaalde fiscale periode volgens de berekening Werkelijke eenheden * Kosten.
Geeft het werkelijk factureringstarief weer voor een bepaalde fiscale periode volgens de berekening Werkelijke eenheden * Tarief.
Geeft een deltaweergave tussen kosten en werkelijke kosten.
Geeft een deltaweergave tussen inkomsten en werkelijke inkomsten.
Geeft een deltaweergave tussen eenheden en werkelijke eenheden.
Het vastgestelde plan is het kostenplan dat u als budgetplan voor een investering wilt gebruiken. Als er een bestaand goedgekeurd budgetplan is, kunt u het vastgestelde plan gebruiken om een nieuw budgetplan te maken. Het eerste kostenplan dat u voor een investering maakt, wordt standaard het vastgestelde plan. U kunt dit vastgestelde plan opnieuw toewijzen aan elk willekeurig plan en indienen voor budgetgoedkeuring. U kunt de resterende kostenplannen bewaren voor toekomstig gebruik of als referentie. U kunt een vastgesteld plan niet verwijderen.
Wanneer u een investering toevoegt aan een portfolio, wordt het vastgestelde kostenplan automatisch gekoppeld aan alle portfolioscenario's die samenhangen met die investering. Deze koppeling met het vastgestelde plan garandeert dat de investeringskosten worden opgenomen in de portfolioscenario's. Als u later een ander vastgesteld plan voor de investering selecteert, wordt het nieuwe vastgestelde plan in de portfolio gebruikt als er geen goedgekeurde budgetten bestaan voor de investering. Als een budget eenmaal is goedgekeurd, heeft het wijzigen van het vastgestelde plan geen invloed op de waarde die wordt weergegeven op de financiële overzichtspagina's van de investering. De waarde van het financiële overzicht is dezelfde waarde als in de portfolio wordt weergegeven.
Kostenplanning begint op investeringsniveau en zal middels meerdere kostenramingen en beoordelingen uiteindelijk tot een goedgekeurd budget leiden. Investeringsbudgetten worden getotaliseerd op afdelingsniveau en vervolgens indien gewenst naar hogere niveaus. Om dit planningsproces te stroomlijnen kunnen financiële controllers standaardmanieren instellen waarop kosten voor de hele organisatie worden vastgelegd en gespecificeerd. Deze standaardmanieren zorgen dat alle kosten eenvoudig kunnen worden verantwoord en getotaliseerd op de gewenste niveaus. Financiële controllers kunnen gestandaardiseerde goedkeuringsprocessen voor budgetten implementeren om individuele en afdelingsbudgetten te beoordelen en goed te keuren.
Hieronder ziet u één voorbeeld van hoe kostenplannen kunnen worden beheerd op basis van de standaardmethode die door de financiële controller is vastgelegd. Wanneer een financieel manager een kostenplan goedkeurt, wordt dit het budgetplan voor een investering.
U kunt kostenplangegevens groeperen met verschillende kenmerken of criteria om een onderverdeling van de gegevens weer te geven voor de opgegeven perioden. De structuur van de regelitemdetails van het kostenplan wordt gebaseerd op deze kenmerken voor groeperen en de geselecteerde perioden.
De financiële controller kan algemene standaardgroeperingskenmerken instellen bij het definiëren van een entiteit. De projectmanager kan de standaardkenmerken wijzigen bij het definiëren van het aanvankelijke bereik van het kostenplan op investeringsniveau. Wanneer u regelitemdetails toevoegt, kunnen alleen de kenmerken voor groeperen worden geselecteerd die u hebt ingesteld in het aanvankelijke bereik. Selecteer ten minste één waarde voor elk beschikbaar groeperingskenmerk of selecteer de opties om de regelitemdetails automatisch te vullen. Er worden afzonderlijke rijen met regelitemdetails gemaakt voor elke unieke combinatie met geselecteerde waarden voor alle beschikbare kenmerken voor groeperen.
Opmerking: wanneer u bij het definiëren van een kostenplan geen bepaald groeperingskenmerk selecteert, zijn de kenmerken niet zichtbaar op de planningspagina's voor kosten maar wel beschikbaar op de configuratiepagina's. U hoeft de pagina niet te configureren om het kenmerk handmatig te verbergen.
U kunt een kostenplan op een van de volgende manieren maken:
Voordat u kostenplannen kunt definiëren, moet u ze instellen. Met het volgende proces kunt u kostenplannen handmatig vullen:
Raadpleeg de Gebruikershandleiding Projectmanagement voor meer informatie.
Of
Raadpleeg de Gebruikershandleiding IT-dienstbeheer voor meer informatie.
In dit voorbeeld ziet u hoe rijen met regelitemdetails worden gemaakt in een kostenplan op basis van de waarden die zijn geselecteerd uit de beschikbare groeperingskenmerken.
Er worden rijen met regelitemdetails gemaakt op basis van elke unieke combinatie van geselecteerde locatie en afdelingswaarde.
Jim kan nu de eenheid- en kostenwaarden definiëren voor elke periode en een gespecificeerd kostenplan weergeven voor elke unieke combinatie van afdeling en locatie.
In de volgende procedure wordt beschreven hoe u een geheel nieuw kostenplan maakt. Selecteer ten minste één groeperingskenmerk voordat u een kostenplan opslaan. Kenmerken voor groeperen die niet worden geselecteerd in de eigenschappen van het kostenplan, worden niet weergegeven in de regelitemdetails.
Volg de onderstaande stappen:
De pagina wordt weergegeven.
De pagina met eigenschappen wordt weergegeven.
De lijst met kostenplannen wordt weergegeven.
De pagina Maken wordt weergegeven.
Definieert de naam voor het kostenplan.
Definieert een unieke id voor het kostenplan.
Beschrijft het kostenplan.
Definieert het type periode voor het plan.
Standaard: het type periode dat wordt gedefinieerd in de standaardinstellingen voor het plan van de entiteit. Als in de standaardinstellingen voor het plan geen type periode is opgegeven, wordt het type periode uit de entiteiteigenschappen ingevuld.
Waarden: 13 perioden, Wekelijks, Halfmaandelijks, Maandelijks, Per kwartaal, Jaarlijks
Definieert de fiscale startperiode van het kostenplan.
Standaard: de startperiode wordt gedefinieerd in de standaardinstellingen voor het plan van de entiteit. Als er geen startperiode is opgegeven in de standaardinstellingen voor het plan, wordt de startperiode gebaseerd op het type periode van de entiteit en de startdatum van het project. Als er geen actieve periode wordt gevonden voor de start- en einddatum van het project, wordt er geen standaard startperiode weergegeven.
Definieert de fiscale eindperiode van het kostenplan.
Standaard: de eindperiode wordt gedefinieerd in de standaardinstellingen voor het plan van de entiteit. Als er geen eindperiode is opgegeven in de standaardinstellingen voor het plan, wordt de eindperiode gebaseerd op het type periode van de eniteit en de einddatum van het project. Als er geen actieve periode wordt gevonden voor de einddatum van het project, wordt er geen standaard eindperiode weergegeven.
Definieert het opbrengstenplan dat samenhangt met het kostenplan.
Geeft de basisvaluta van de entiteit weer.
Geeft aan of dit kostenplan het vastgestelde plan is.
Definieert de categorieën voor het definiëren van de regelitemdetailstructuur voor het kostenplan.
Standaard: de kenmerken voor groeperen worden gedefinieerd in de standaardinstellingen voor het plan van de entiteit.
De pagina Details kostenplan wordt weergegeven.
Er verschijnt een pagina waarop u waarden voor kenmerken voor groeperen kunt selecteren.
Er wordt een rij met regelitemdetails gemaakt voor elke unieke combinatie met geselecteerde waarden voor kenmerken voor groeperen.
Geeft de totale kosten weer op basis van de kosten die voor elke periode worden opgegeven.
Geeft de totale eenheden weer op basis van de eenheden die voor elke periode worden opgegeven.
Geeft de totale opbrengst weer op basis van de eenheid en de kosten die voor elke periode worden opgegeven.
Geeft het percentage voor het desbetreffende regelitemdetail weer op basis van de totale kosten.
Definieert eenheden, kosten en opbrengsten voor de werkinspanning voor elke periode van het kostenplan. De eenheden voor werkinspanning worden gebaseerd op de beschikbaarheid van de rol of de resource voor de gekoppelde investering.
Wanneer u een kostenplan maakt, kunt u het plan automatisch invullen met de waarden van het investeringsteam (dat wil zeggen resources of rollen) of de taaktoewijzingen. U kunt een bestaand kostenplan ook opnieuw vullen.
Gebruik de volgende informatie om automatisch kostenplannen in te stellen en in te vullen op basis van het investeringsteam of de taaktoewijzingen:
Opmerking: raadpleeg de Gebruikershandleiding Projectmanagement voor meer informatie over het inschakelen van financiële kenmerken.
Opmerking: raadpleeg de Gebruikershandleiding Resourcemanagement voor meer informatie over het inschakelen van financiële kenmerken voor resources en rollen.
U kunt een nieuw kostenplan automatisch vullen met waarden voor het investeringsteam of de taaktoewijzingen.
Volg de onderstaande stappen:
De pagina wordt weergegeven.
De pagina met eigenschappen wordt weergegeven.
De lijst met kostenplannen wordt weergegeven.
De pagina met eigenschappen wordt weergegeven met de standaardwaarden voor de bijbehorende entiteit en investering. U kunt deze standaardwaarden accepteren of wijzigen.
De pagina Details kostenplan wordt weergegeven. De rijen met regelitemdetails worden ook gevuld vanuit het investeringsteam of de taaktoewijzingen.
In dit voorbeeld ziet u hoe een rij met regelitemdetails van een kostenplan automatisch wordt gevuld met waarden voor kosten en opbrengsten van het investeringsteam.
|
Resource |
Rol |
Transactieklasse |
Locatie |
Afdeling |
|---|---|---|---|---|
|
Sam Ricci |
Ontwikkelaar-1 |
Factureerbaar |
Los Angeles |
Ontwikkeling |
|
Rol |
Locatie |
Kosten |
|---|---|---|
|
Ontwikkelaar-1 |
San Francisco |
85 |
|
Ontwikkelaar-1 |
Los Angeles |
83 |
|
Ontwikkelaar-2 |
San Francisco |
75 |
|
Ontwikkelaar-2 |
Los Angeles |
72 |
|
Resource |
Rol |
Transactieklasse |
1 jan - 31 jan |
1 feb - 29 feb |
1 mrt - 31 mrt |
|---|---|---|---|---|---|
|
Sam Ricci |
Ontwikkelaar-1 |
Factureerbaar |
83 |
83 |
83 |
De volgende regels geven aan hoe kostenplannen automatisch worden gevuld:
De volgende regels geven aan hoe de rijen met regelitemdetails automatisch worden ingevuld:
Wanneer u een kostenplan automatisch vult vanuit het investeringsteam, gebruikt het systeem de volgende waarden van de leden van het investeringsteam om de velden van het kostenplan te vullen. Als een waarde niet is gedefinieerd voor een teamlid, wordt de bijbehorende waarde van de investering gebruikt of blijft het veld leeg.
|
Waarde |
Teamlid |
Primaire bron |
Secundaire bron |
|---|---|---|---|
|
Kostencode |
Resource of rol |
Investering |
Geen. Het veld is leeg als er geen waarde voor de investering is gedefinieerd. |
|
Kostentype |
Resource of rol |
Investering |
Geen |
|
Code invoertype |
Resource |
Resource |
Geen. Het veld is leeg als er geen waarde voor de resource is gedefinieerd of als het teamlid een rol is. |
|
Code invoertype |
Rol |
N.v.t. |
Het veld is leeg als het teamlid een rol is. |
|
Afdeling |
Resource |
Resource |
Investering |
|
Afdeling |
Rol |
OBS-eenheid personeel |
Investering |
|
Locatie |
Resource |
Resource |
Investering |
|
Locatie |
Rol |
OBS-eenheid personeel |
Investering |
|
Transactieklasse |
Resource |
Resource |
Geen. Het veld is leeg als er geen waarde voor de resource is gedefinieerd of als de resource of de financiële eigenschappen van de resource inactief zijn. |
|
Transactieklasse |
Rol |
Rol* |
Geen. Het veld is leeg als er geen waarde voor de rol is gedefinieerd of wanneer de rol of de financiële eigenschappen van de rol inactief zijn. |
|
Resource |
Resource |
Teamlid |
Geen |
|
Resource |
Rol |
N.v.t. |
Het veld is leeg als het teamlid een rol is. |
|
Resourceklasse |
Resource |
Resource |
Geen. Het veld is leeg als er geen waarde voor de resource is gedefinieerd, de waarde inactief is of de resource of financiële eigenschappen van de resource inactief zijn. |
|
Resourceklasse |
Rol |
Rol* |
Geen. Het veld is leeg als er geen waarde voor de rol is gedefinieerd, de waarde inactief is of de rol of financiële eigenschappen van de rol inactief zijn. |
|
Rol |
Resource |
Teamrol |
Als er geen teamrol is gedefinieerd, wordt de primaire rol van de resource gebruikt. Het veld is leeg wanneer de resource geen primaire rol heeft of wanneer de geselecteerde rol inactief is. |
|
Rol |
Rol |
Teamrol |
Als er geen teamrol is, wordt het teamlid (rol) gebruikt. Het veld is leeg wanneer de geselecteerde rol inactief is. |
* De rol die voor het kenmerk Rol is verkregen.
Wanneer u een kostenplan automatisch invult op basis van een taaktoewijzing, gebruikt het product de volgende waarden uit de taaktoewijzingen om de velden van het kostenplan in te vullen. Als een waarde niet is gedefinieerd voor een toewijzing, wordt de bijbehorende waarde van de investering gebruikt of blijft het veld leeg.
|
Waarde |
Taaktoewijzing |
Primaire bron |
Secundaire bron |
|---|---|---|---|
|
Kostencode |
Resource of rol |
Taak |
Investering. Het veld is leeg als er geen waarde voor de investering is gedefinieerd. |
|
Kostentype |
Resource of rol |
Taak |
Investering |
|
Code invoertype |
Resource |
Resource |
Geen. Het veld is leeg als de waarde inactief is, als er geen waarde voor de resource is gedefinieerd of als de resource een rol is. |
|
Code invoertype |
Rol |
N.v.t. |
Geen. Het veld is leeg als de taaktoegewezene een rol is. |
|
Afdeling |
Resource |
Resource |
Investering |
|
Afdeling |
Rol |
OBS-eenheid personeel |
Investering |
|
Locatie |
Resource |
Resource |
Investering |
|
Locatie |
Rol |
OBS-eenheid personeel |
Investering |
|
Transactieklasse |
Resource |
Resource |
Geen. Het veld is leeg als er geen waarde voor de resource is gedefinieerd of als de taaktoewijzing een rol is. |
|
Transactieklasse |
Rol |
Rol* |
|
|
Resource |
Resource |
Toegewezene taak |
Geen. Het veld is leeg als de resource inactief is. |
|
Resource |
Rol |
N.v.t. |
Als de toegewezene voor de taak een rol is, is het veld leeg. |
|
Resourceklasse |
Resource |
Resource |
Geen. Het veld is leeg als er geen waarde voor de resource is gedefinieerd, de waarde inactief is of de resource of financiële eigenschappen van de resource inactief zijn. |
|
Resourceklasse |
Rol |
Rol* |
Geen. Het veld is leeg als er geen waarde voor de rol is gedefinieerd, de waarde inactief is of de rol of financiële eigenschappen van de rol inactief zijn. |
|
Rol |
Resource |
Taakrol |
Teamrol. Als er geen teamrol is gedefinieerd, wordt de primaire rol van de resource gebruikt. Het veld is leeg als er geen primaire rol voor de resource is gedefinieerd, als de resource inactief is of als de geselecteerde rol inactief is. |
|
Rol |
|
Taakrol |
Teamrol. Als er geen teamrol is gedefinieerd, wordt het teamlid (rol) gebruikt. Het veld is leeg wanneer de geselecteerde rol inactief is. |
* De rol die voor het kenmerk Rol is verkregen.
|
Copyright © 2013 CA.
Alle rechten voorbehouden.
|
|